Verklarende Woordenlijst

Niet alle termen zijn voor iedereen zo vanzelfsprekend. Hier een beknopt overzicht van de belangrijkste begrippen.

Arbeidsomstandighedenwet = De Arbowet geeft de rechten en plichten aan van zowel werkgever als werknemer op het gebied van arbeidsomstandigheden. De Arbowet geldt overal waar arbeid wordt verricht. Niet alleen bij bedrijven, maar ook bij verenigingen of stichtingen.

Arbobesluit = In het Arbobesluit, een uitwerking van de Arbowet, staan nadere regels waaraan zowel werkgever als werknemer zich moet houden om arbeidsrisico’s tegen te gaan. Er staan ook afwijkende en aanvullende regels voor een aantal sectoren en categorieën werknemers in.

Arboregeling= Aan arboregels die de overheid oplegt, moet zowel werkgever als werknemer zich altijd houden. Net als aan de voorschriften uit de CAO. Sommige NEN-normen, opgelegd door het Nederlands Normalisatie-Instituut, zijn ook wettelijk verplicht.

Veiligheid = “Het beperken van de kans op incidenten (ongelukken) die kunnen leiden tot lichamelijk en/ of psychisch letsel aan werknemers”.

Gezondheid = “Het tegengaan van de kans op lichamelijke en geestelijke kwalen (ziekte) bij werknemers, tengevolge van de arbeidssituatie, zowel op korte als op lange termijn”. Zowel fysieke omstandigheden (lawaai, gevaarlijke stoffen) als niet-fysieke arbeidsomstandigheden (werkdruk, stijl van leidinggeven) kunnen leiden tot ziekte!

Welzijn = “de niet-fysieke aspecten in de bedrijfsvoering, gericht op het verhogen van arbeidstevredenheid en arbeidsmotivatie”.

Ooit had het ‘welzijn’ van werknemers zelfs een eigen plek in de arbowet, vandaar ook de afkorting VGW. Dat is inmiddels niet meer zo. Dat is geen reden om er op het werk dan maar geen aandacht aan te besteden.
Aandacht voor het welzijn van de medewerkers zal in de praktijk vaak plaatsvinden via de omweg van “aandacht voor de gezondheid”. Want ook onvoldoende welzijn op het werk kan leiden tot ziekte.